Na het mannenmodel wil ik nu een Lundtrui voor mezelf. Wit met bruine sterren.

Beoogde maten (maat medium) voor mijn Lundtrui

60 CM lang. 20 CM voor borst, 40 CM voor lijf.
90 CM borstomtrek (trui: 85cm)
Stekenverhouding: 12 steken maken 10cm

Basispatroon (mannen) downloaden als PDF

Lijfomtrek

Voor het lijf 104 steken opgezet, ik heb een even aantal nodig voor de boord (8 rijen). Na de boord meerder ik één steek, zodat ik op 105 uitkom. Dat is precies 7x het patroon. Daarmee kom ik op een omtrek van ongeveer 85 centimeter. De trui zal uitrekken na dragen en wassen, dus redelijk strak om het lijf breien. Lijf tot de oksels inmiddels gebreid, dat gaat supersnel.

Patroon breien

Patronen moeten op de armen op dezelfde plek zitten als op het lijf. In elk geval vanaf de oksels. Ik kwam met verdeling mannentrui niet lekker uit voor mijn lengte. Dus even opnieuw puzzelen.

LIJF (40cm tot okselhoogte):
boord: 8 rijen
wit: 15 rijen
patroon: 13 rijen
wit: 10 rijen
patroon: 13 rijen
wit: 4 rijen

Lundtrui
Stukje tot de oksel. Ik hoop dat de patronen op de armen net zo ontspannen als die op het lijf.

ARM (47 CM tot oksellengte):
boord: 8 rijen
wit: 1 rij
patroon: 13 rijen
wit: 10 rijen
patroon: 13 rijen
wit: 10 rijen
patroon: 13 rijen
wit: 4 rijen.

Met lange naalden vliegt het patroon van de pennen. Bij de mannentrui zorgde ik er nog netjes voor dat de draden niet meer dan 3 steken los liepen, maar dat vond ik niet altijd mooi, de draden schijnen er toch een beetje doorheen dan. Ik laat ze nu gewoon losjes hangen, behalve bij de 5 zwarte steken achter elkaar. Heb niet het idee dat je last krijgt van die losse draden, en anders zet ik ze later wel vast. Ik brei met een draad in rechterhand (wit) en een draad in linkerhand (bruin). Van S&B geleerd: dominant goes down. Betekent dat de dominante kleur onder moet lopen. Dus bruin links, wit rechts.

Armen

Armen zijn wat lastiger. Ik wil zeker 30 centimeter omtrek hebben, anders lijkt het me te strak zitten. Dus heb nu 2,5 keer het patroon. Smal-breed-smal-breed-smal. Met nog een extra steekje ertussen.

Patroon voor de armen. Driemaal de smalle figuren, tweemaal de bredere. En een extra rijtje om de aansluiting mooi te krijgen. 37 steken, ongeveer 30 cm omtrek

Het breien van het patroon op de armen blijf ik lastig vinden. Bij de mannentrui gebruikte ik een 40cm naald, maar dan trokken de steken zo en die naaldjes zijn superkort. Dus je krijgt best een uitgelubberd patroon als je niet oppast.  Ik doe het nu gewoon op de 80cm naald, en splits de steken. Bij de overgangen goed opletten: niet te los want dan laddert het, maar ook niet te strak, want dan gaat het trekken. Ideale manier nog niet gevonden. Misschien werkt dit toch het best op losse naalden.

Tweede arm is bijna klaar, ik hoop dat de omtrek niet te krap is. Als je de gebreide stukken een beetje ‘aait’ worden de patronen steeds mooier. Van de mannentrui weet ik dat ze na het wassen echt beter in vorm komen, ook op de armen. Als beide armen en lijf af zijn, ga ik die stukken eerst lekker soaken  en op maat blokken, eens kijken of de patronen goed uitkomen, ik maak me vooral een beetje zorgen over die armen.Door de losse steek is het moeilijk voorspellen hoe ze zich gaan gedragen!

Dan aan elkaar breien en de raglan uit gaan puzzelen. In principe hetzelfde als bij de mannentrui: elke tweede rij minderen.

Update 20 oktober 2012 hieronder

De armen blocken

Lundtrui detail
Sterren dansen

Armen zijn na het blocken en even de lossere steken rechttrekken prima geworden. Mooi recht, goede lengte. Whew.

Perfect vind ik het nog niet gaan, het blijft een beetje annoying dat je pas na het wassen weet of het goed is, en het is best gokken hoe strak je de draden moet spannen. Wil hier toch nog een beter trucje voor. Maar het is dus gelukt en ze zitten er goed op, de sterren die dansen op mijn trui.

Lijf en armen aan elkaar breien

Heerlijk klusje vind ik dat, alles aan elkaar breien. Eerst steken voor de oksel ‘afbinden’, die worden niet verder in het rond gebreid maar werk je aan het einde af. Zes bij beide armen, 2*6 bij het lijf. Uiteraard precies bij de oksel. De rest van de steken schuif je op de rondbreinaald. Eerst 31 van de eerste mouw, dan 46 steken van het voorlijf, dan 31 van de andere mouw, dan 47 steken van het voorlijf. Dit ga je in het rond naar boven breien, en ondertussen raglans minderen.

Overigens: voor mijn nichtje heb ik een top-down raglan vestje gebreid, en dat is helemaal handig. Dan begin je dus boven en werk je naar beneden – tot de oksels en dan apart armen en lijf. Dat zou voor deze trui ook wel eens een heel goed idee kunnen zijn. Niet alleen heb je bovenin dan misschien mooiere aansluitingen (meerderingen in plaats van minderingen), maar je kunt ook de lengte van de mouwen en het lijf veel precieser afmeten. Door het gewicht en de losse steken is de lengte moeilijk te voorspellen vanuit je ontwerp op papier. Omdat je met een top-down patroon het einde van de mouwen/het lijf pas op het einde breit, kun je heel makkelijk de boordjes wat langer of korter maken.

 

Hier alvast een foto van de afgemaakte trui. Je ziet door het licht dat erdoorheen schijnt al hoe lekker licht hij is geworden. Warm ook! Leuk hoor

Bovenlijf minderen

Bovenlijf heb ik gedaan door elke twee rijen twee steken te minderen bij elke raglan, dus acht steken voor elke ronde. Bij de patronen even goed kijken hoe je mindert, dat de overgangen mooi zijn, maar dat werkt eigenlijk vanzelf. Eerste 24 rijen brei je zo door, dan heb je van 155 steken 50 steken gemaakt. Daarna verkorte toeren op de rug gebreid, zoals in het patroon van Hanne.  Mmmmmm…. het is wel mooi als de rug hoger is dan de voorkant, maar de minderingen en het ophalen van de lusjes van de verkorte toeren aan de voorkant vind ik toch geen succes. Het ziet er slordig uit, en mijn mooie raglan stuk. Misschien haal ik dit stuk nog een keer uit en probeer het nog een keer. Daarna de hals, gewoon een crewneck 1×1. Als ik die nog een keer zou breien zou ik die met nog een naaldmaat kleiner doen, dat hij nog wat strakker wordt. Maar hij zit (zeker voor zo’n recht ding) best wel prima.

Et voila, nachtelijke fotoshoot met de spiegel 🙂

Kriebeljeuk?

Ik wou dat het anders was, maar kriebelen doet ie wel een beetje. De wat hardere haren heb ik er tijdens het breien wel uitgefrummeld, dat was een goed idee. Wat ik ook heb geprobeerd is de vriezer taktiek: paar uurtjes in de vriezer en dan goed uitschudden. Dan valt er in elk geval een hoop haar weer uit.En altijd een lang hemd eronder. Dan gaat het best.

Kriebel of niet, hij is echt lekker warm, en zo licht. Nu nog de inwendige kracht om hem naar mijn werk aan te trekken :-). Het-is-zomer-smoesjes kom ik echt niet meer mee weg nu.